InOverheid.nl ambtenarenonderzoek
2007
algemene
gegevens
Klant: Dominique
ten Haaf
Doelgroepbeschrijving: Ambtenaren
Methode: Kwantitatief- Online afgenomen
Netto steekproef: 898
respondenten
Werving respondenten: Mail
naar abonnees/ Melding op site/ Via panel
Weging: ja/
nee
Veldwerkperiode: 27
november – 6 december
Belangrijke
resultaten
Toelichting
Deze samenvatting is gebaseerd op de
resultaten van het onderzoek zoals gepresenteerd in de Excel-documenten. In de
Excel-documenten zijn zowel uitsplitsingen gemaakt naar geslacht en
leeftijd.
In het eerste deel worden de
totale resultaten weergeven en worden de verschillen m.b.t.
geslacht alleen genoemd wanneer er sprake is van significante
verschillen. In andere gevallen worden de respondenten als één groep behandeld.
In het tweede deel wordt worden
de verschillen voor leeftijd besproken, indien deze significant zijn. De
significante verschillen zijn besproken op basis van de categorie verdeling:
t/m 29 jaar, 30 t/m 39 jaar, 40 t/m 49 jaar en 50 jaar en
ouder.
Samenvatting belangrijkste
resultaten
Deel I (totale resultaten &
uitsplitsing naar geslacht)
- Het grootse gedeelte van de
ambtenaren heeft een WO opleiding gevolgd (52%). 37% heeft een HBO opleiding
gevolgd en slechts 3% een MBO opleiding. Vrouwen hebben significant vaker een
WO opleiding gevolgd (58%) en mannen hebben vaker een HBO opleiding gevolgd
(41%).
- De gemiddelde leeftijd van de
respondenten is 38 jaar. De mannen zijn significant ouder (40 jaar) dan de
vrouwen (36 jaar).
- Het merendeel van de respondenten
werkt bij gemeenten (37%) of ministeries (22%). Mannen werken vaker bij
defensie (6%) dan vrouwen (1%). Vrouwen werken vaker in onderwijsinstellingen
(6% vs. 3%).
- De respondenten zijn ongeveer gelijk
verdeeld over de drie categorieën (klein, middel en groot), dit geldt zowel
voor de mannen als de vrouwen.
- Het gemiddeld aantal jaren
werkervaring is 14 jaar, dit aantal ligt hoger bij de mannen (16 jaar) dan bij
de vrouwen (12 jaar).
- Het gemiddeld aantal jaren
werkervaring bij een overheidsinstantie is 10 jaar, dit ligt hoger bij de
mannen (12 jaar) dan bij de vrouwen (8 jaar).
- Het merendeel van de respondenten
vervult een functie in beleid (23%) of bestuur/management (17%). Vrouwen
werken vaker in een beleidsfunctie (26% vs. 21%) en mannen werken vaker in een
bestuur/managementfunctie (21% vs. 11%). Mannen vervullen vaker een ICT
functie (7% vs. 1%) alsmede een Inspectie/toezicht functie (5% vs. 2%) en een
technische functie (7% vs. 2%). Vrouwen daarentegen vervullen vaker een
juridische functie (7% vs. 4%) alsmede een personeel en organisatie functie
(4% vs. 1%) en een voorlichting/communicatiefunctie (8% vs. 1%).
- Het merendeel van de respondenten
geeft geen leiding (68%), dit percentage is significant hoger bij vrouwen
(79%) dan bij mannen (60%).
- 58% van de respondenten is actief op
zoek naar een andere baan (22%) of denkt er wel eens over na om van baan te
veranderen (37%). Deze respondenten oriënteren zich voornamelijk via
vacaturesites (66%) en sites van overheidsinstanties/werkgever (62%). Vrouwen
zoeken significant vaker via sites van overheidsinstanties/werkgever (69%) dan
mannen (57%). Ook Huis-aan-huisbladen worden significant vaker gebruikt door
vrouwen (12%) dan door mannen (5%).
- De drie mediakanalen: Gratis
Dagbladen (9%), Huis-aan-huisbladen (8%) en Uitzendbureaus (5%) worden het
minst gebruikt door de respondenten om zich te oriënteren.
- De oriënterende respondenten
gebruiken voornamelijk de sites: intermediair.nl (63%) werkenbijdeoverheid.nl
(56%) en werkenbijhetrijk.nl (52%). Vrouwen maken significant vaker
gebruik van de site werkenbijdeoverheid.nl (64%) om zich te oriënteren dan
mannen (51%). Vrouwen oriënteren zich tevens meer via de sites: Volkskrantbanen.nl (38%
vs. 23%), Binnenlandsbestuur.nl (44% vs. 32%), TotalJobs.nl (8% vs.
3%) en Gemeentebanen.nl
(41% vs. 27%). De minst bezochte sites onder de respondenten zijn Computable.nl (1%) en
JobbingMall.nl (2%).
- Het merendeel van de respondenten
hebben hun huidige baan gevonden via hun eigen netwerk (24%). Vrouwen hebben
vaker hun huidige baan gevonden via vacaturesites (10%) dan mannen (6%) en via
de site van overheidsinstantie/werkgever (13%) dan mannen (8%). Mannen vonden
vaker hun huidige baan via een vakblad (8%) dan vrouwen (4%). Minder dan 1 %
vond zijn huidige baan via een Gratis Dagblad of Huis-aan-huisblad.
- De respondenten hebben voor de
overheid als werkgever gekozen vanwege de Inhoud van de functie (66%) en de
Bijdrage aan de maatschappij (43%). Op de derde plek staat een goede
verhouding werk/privé (31%), mannen geven dit significant vaker aan (36%) dan
vrouwen (25%). De mogelijkheid om parttime te werken wordt significant vaker
aangegeven door vrouwen (11%) dan door mannen (4%).
- 22% van de respondenten verwacht
over 1-2 jaar van functie te veranderen, waarvan vrouwen dit vaker verwachten
(25%) dan mannen (20%).
- 25% van de respondenten zou binnen
nu en een half jaar van functie willen veranderen. 34% van de respondenten zou
over een half jaar tot 2 jaar van functie willen veranderen.
- Het merendeel van de respondenten
geeft aan dat hun volgende stap op de arbeidsmarkt ook een functie bij een
overheidsinstantie zal zijn, dan wel een andere functie bij dezelfde
overheidsinstantie (49%), een andere functie bij een andere overheidsinstantie
(52%) of een zelfde soort functie bij een andere overheidsinstantie (38%).
Mannen verwachten vaker in het bedrijfsleven te gaan werken (36%) dan vrouwen
(30%).
- De respondenten vinden ‘Er
financieel op vooruit gaan’ de belangrijkste reden om van functie te wisselen
(53%). Mannen geven dit significant vaker aan (60%) dan vrouwen (43%). Vrouwen
geven vaker als reden aan om van functie te wisselen als de functie komt te
vervallen (10%) dan mannen (6%).
- De respondenten willen het liefst
bij de overheidsinstanties Gemeente (29%) of Ministerie (16%) werken.
- Van de respondenten die bij de
gemeente willen werken, geeft 45% van de respondenten de voorkeur aan een
middelgrote gemeente. Kleine gemeentes hebben de minste voorkeur van de
respondenten (20%), dit geldt zowel voor de mannen als de vrouwen.
- 38% van de respondenten vinden de
doorgroeimogelijkheden van hun organisatie niet goed/niet slecht. Slechts 1 %
van de respondenten vindt de doorgroeimogelijkheden zeer goed.
- Het merendeel van de respondenten
die de doorgroeimogelijkheden binnen hun organisatie (zeer) slecht vinden
denken dat de doorgroeimogelijkheden in het bedrijfsleven beter zijn (57%).
- De respondenten die de
doorgroeimogelijkheden binnen hun organisatie (zeer) goed vinden, denkt 55%
dat de doorgroeimogelijkheden in het bedrijfsleven net zo slecht zijn.
- De werkdruk wordt door 46% van de
respondenten als goed ervaren. Mannen geven vaker aan de werkdruk laag te
vinden (9%) dan vrouwen (5%). Tevens geeft 7% van de mannen aan dat de
werkdruk te hoog is tegenover 4% van de vrouwen.
- Een ruime meerderheid van de
respondenten die hun eigen werkdruk als (te) laag ervaren denken dat de
werkdruk in het bedrijfsleven hoger is (81%).
- 72% van de respondenten die hun
eigen werkdruk als (te)hoog ervaren denken dat de werkdruk in het
bedrijfsleven net zo hoog is.
- Het gemiddeld aantal contract uren
per week is 35 uur, dit ligt hoger bij de mannen (36 uur) dan bij de vrouwen
(33 uur).
- Het gemiddeld aantal werkelijke
werkuren is 39 uur, dit ligt hoger bij de mannen (41 uur) dan bij de vrouwen
(36 uur).
- Het merendeel van de respondenten is
buiten kantooruren bereikbaar via de telefoon (66%) of per e-mail (58%), Het
percentage mannen dat telefonisch bereikbaar is, is significant hoger dan het
percentage vrouwen (61%).
- Het gemiddeld aantal minuten om te
reizen is 47 minuten, dit ligt hoger bij de mannen (49 min) dan bij de vrouwen
(45 min).
- Het gemiddelde rapportcijfer aan de
overheid als werkgever is een 7,4, de vrouwen geven een hoger rapportcijfer
(7,5) dan de mannen (7,3).
- Het gemiddelde rapportcijfer aan de
huidige werkgever is een 7, dit geldt zowel voor de vrouwen als de
mannen.
- 58% van de respondenten geeft aan
geen voorbeeld te hebben, 7% van de respondenten geeft aan dat hun baas hun
voorbeeld is. De vrouwen geven significant vaker aan dat Nebahat Albayrak hun
voorbeeld is (4%) dan mannen (1%), alsmede geven zij vaker Guusje Ter Horst
als voorbeeld aan (3%) dan mannen (1%). De mannen geven significant vaker aan
dat Ronald Plasterk hun voorbeeld is (5%) dan vrouwen (2%).
- De inhoud van de functie wordt door
de respondenten als belangrijkste aspect gezien, vrouwen vinden de inhoud van
de functie belangrijker dan mannen.
- De mogelijkheid om parttime te
werken wordt slechts door 40% van de respondenten als (zeer) belangrijk aspect
gezien, vrouwen vinden de mogelijkheid om parttime te werken belangrijker dan
mannen.
- De salaris/primaire
arbeidsvoorwaarden zijn voor vrouwen en mannen gelijk.
- De secundaire arbeidsvoorwaarden
zijn onder de vrouwen en mannen gelijk.
- Gemiddeld vinden vrouwen de
mogelijkheid tot het leveren van bijdrage aan de maatschappij belangrijker dan
mannen. Ook vinden zij de reistijd woon/werk, flexibele werktijden,
doorgroeimogelijkheden binnen functie/organisatie en de verhouding werk/privé
belangrijker dan mannen.
- De respondenten zijn het het meeste
eens met de stelling dat 45-plussers onmisbaar zijn vanwege hun kennis en
ervaring (85% (helemaal) eens), dit geldt voor zowel de mannen als de
vrouwen.
- De respondenten zijn het het minste
eens over de stelling dat zij presteren belangrijker vinden dan werkplezier,
15% is het (helemaal) eens met deze stelling.
- Gemiddeld zijn vrouwen het meer eens
met de stelling ‘ik wil mijn gehele loopbaan bij de overheid
voortzetten’. Ook zijn vrouwen het meer eens met het versoepelen van het
ontslagrecht om doorstroom en mobiliteit van de jonge ambtenaar te verhogen
dan mannen.
- Gemiddeld zijn vrouwen het meer eens
met de stelling dat een raamambtenaar bestaat dan mannen.
- De respondenten zijn het (helemaal)
eens met de stellingen: ik heb last van de bureaucratie bij de overheid (73%)
en ik kan meer dan er van mij wordt verlangd (75%).
- De respondenten zijn het het minst
eens met de stelling: binnen vijf jaar werk ik in het bedrijfsleven (17 %
(helemaal) eens). Gemiddeld zijn vrouwen het meer eens met de stelling dat zij
binnen vijf jaar in het bedrijfsleven werken dan mannen.
- Ook zijn vrouwen het meer eens met
de stellingen: dat de overheid jongeren meer kans bieden dan het
bedrijfsleven, dat de pensioenleeftijd mag worden verhoogd en dat de
saneringsplannen voor het ambtenarenapparaat te ver gaan.
- De respondenten zijn het
voornamelijk eens met de stelling dat er een generatiekloof is binnen de
overheid met betrekking tot carrièregerichtheid (60% (helemaal) eens).
- Gemiddeld zijn vrouwen het meer eens
met de stelling dat er een generatiekloof is binnen de overheid met betrekking
tot werkmentaliteit en carrièregerichtheid dan mannen.
Deel II (uitsplitsing naar
leeftijd)
- Respondenten van 50 jaar en ouder
hebben significant minder een WO opleiding gevolgd (28%) dan de respondenten
jonger dan 50 jaar. De respondenten van 50 jaar en ouder hebben daarentegen
significant vaker een HBO (52%) of MBO opleiding (10%) gevolgd dan de
respondenten jonger dan 40 jaar.
- Het percentage vrouwelijke
respondenten is in de leeftijdscategorie tot en met 29 jaar significant lager
dan in de andere leeftijdscategorieën. Het percentage mannen is in deze
categorie daarentegen significant hoger in vergelijking met de andere
leeftijdscategorieën.
- De respondenten van 50 jaar en ouder
werken significant meer bij een onderwijsinstelling (12%) dan de respondenten
van 30 t/m 49 jaar.
- Het gemiddelde aantal jaren
werkervaring neemt significant toe naarmate de respondenten ouder worden. Het
aantal jaren werkervaring is het hoogst bij de respondenten van 50 jaar en
ouder (31,8 jaar) en het laagst bij de respondenten tot en met 29 jaar (3,8
jaar).
- Ook het gemiddeld aantal jaren
werkervaring bij de overheid neemt significant toe naarmate de respondenten
ouder worden. De respondenten van 50 jaar en ouder hebben gemiddeld 23,6 jaar
werkervaring bij de overheid, de leeftijdcategorie tot en met 29 jaar heeft de
minste aantal jaren werkervaring bij een overheidsinstantie, namelijk 3,1
jaar.
- Respondenten tot en met 29 jaar
hebben significant vaker een beleidsfunctie (35%) dan de respondenten in de
andere leeftijdscategorieën. De respondenten van 50 jaar of ouder hebben het
minst vaak een beleidsfunctie (9%). Ook hebben de respondenten tot en met 29
jaar vaker een onderzoek/wetenschapfunctie (11%) dan de oudere
respondenten. De respondenten tot en met 29 jaar hebben in vergelijking met de
andere leeftijdscategorieën het minst vaak een bestuur/management functie
(4%).
- Het percentage respondenten dat geen
leidinggevende functie geeft is het hoogt bij de leeftijdscategorie tot en met
29 jaar (92%). Dit percentage is significant hoger dan het percentage bij de
andere leeftijdscategorieën.
- De site Stepstone.nl wordt door
respondenten van 50 jaar en ouder meer bezocht (22%) dan respondent tussen de
30 en 49 jaar. De site overheidswerk.nl wordt door respondenten tussen 30 t/m 39
jaar minder bezocht (9%) dan door de respondenten van 40 jaar of ouder.
- De overheid als werkgever wordt door
respondenten t/m 29 jaar minder gekozen voor een goede werk en privé
verhouding (19%) dan de respondenten van 30 tot en met 49 jaar. De
respondenten tussen de 30 en 39 jaar geven het minst vaak aan dat hun beroep
alleen bij de overheid uitgeoefend kan worden.
- In vergelijking met de respondenten
tot 50 jaar, verwachten de respondenten van 50 jaar of ouder significant vaker
‘Helemaal niet’ van baan te veranderen (12%), of in ieder geval ‘niet binnen 5
jaar’ van baan te veranderen (11%). Het percentage dat verwacht binnen 1 of 2
jaar van baan te veranderen ligt in deze leeftijdscategorie juist het
laagst (5%).
- Het percentage respondenten van 50
jaar en ouder dat verwacht in het bedrijfsleven te gaan werken ligt
significant lager (5%) dan bij de andere leeftijdscategorieën.
- ‘Financieel erop vooruit gaan’ (35%)
en ‘mogelijkheid tot leidinggeven’ (9%) zijn voor de respondenten van 50 jaar
en ouder minder belangrijke reden om van functie te wisselen dan voor de
jongere respondenten. De ‘Mogelijkheid om minder uren te werken’ (16%) en
‘Mijn functie komt te vervallen’ (19%) zijn voor de respondenten van 50 jaar
en ouder juist belangrijker dan voor de jongere respondenten.
- Van de respondenten die hebben
aangegeven dat de doorgroeimogelijkheden binnen hun organisatie (zeer) slecht
zijn, verwachten met name de jongeren (t/m 29 jaar) dat de
doorgroeimogelijkheden in het bedrijfsleven beter zijn (84%), bij de ouderen
(50 jaar en ouder) ligt dit percentage het laagst (31%).
- De respondenten tussen de 40 jaar en
49 jaar ervaren de werkdruk in hun huidige functie relatief het hoogst;
in vergelijking met de andere leeftijdscategorieën is in de leeftijdscategorie
van 40-49 jaar het percentage ‘laag’ het laagst (3%) en het percentage ‘hoog’
het hoogst (49%).
- De jongere respondenten (t/m 39
jaar) zijn liever niet buiten kantooruren voor hun werk bereikbaar (t/m 29
jaar 32% vs. 20 t/m 39 jaar 25%). De groep van 40 t/m 49 jaar vindt het het
minst erg om buiten kantooruren voor werk bereikbaar te zijn, 11%.
- De respondenten t/m 29 jaar geven
het hoogste rapportcijfer voor “de overheid als werkgever”, namelijk een 7,6.
Ook geven zij relatief het hoogst cijfer voor hun “huidige werkgever” (7,3),
al verschilt dit cijfer niet van alle andere leeftijdscategorieën significant.
Technische
verantwoording
Steekproef
In totaal hebben 898
ambtenaren de gehele vragenlijst ingevuld.
Onderzoeksmethode
De respondenten van het
kwantitatieve onderzoek zijn afkomstig uit de CV database van Intermediair. Deze
groep is per email benaderd om online een enquête in te vullen.
Verantwoording
Het onderzoek is
gebaseerd op een steekproef van 898 respondenten. Op basis van deze gegevens kan
een schatting worden gemaakt van de werkelijkheid.
Voor het onderzoek geldt dat met een
betrouwbaarheid van 95 % de resultaten een minimale afwijking hebben van 0,7 %
en maximaal 3,3 In bijlage IV wordt het nomogram weergegeven
BIJLAGE IV:
Nomogram
| Marges bij verschillende steekproefgroottes en een
betrouwbaarheidsniveau van 95% |
| |
steekproefomvang |
maximale
afwijking |
minimale afwijking |
|
| n= |
50 |
13,90% |
2,80% |
|
|
| n= |
75 |
11,30% |
2,30% |
|
|
| n= |
100 |
9,80% |
2,00% |
|
|
| n= |
150 |
8,00% |
1,60% |
|
|
| n= |
200 |
6,90% |
1,40% |
|
|
| n= |
300 |
5,70% |
1,10% |
|
|
| n= |
400 |
4,90% |
1,00% |
|
|
| n= |
500 |
4,40% |
0,90% |
|
|
| n= |
700 |
3,70% |
0,7 |
|
|