Netwerkorganisaties
Vandaag vroeg een goede vriend me hoe het toch mogelijk was dat sommige zaken weer zoveel aandacht krijgen, terwijl de modellen als zo oud zijn als de weg naar Rome. De Starfish & Spider hype is daar een voorbeeld van. Het aloude bedrijfskundige vraagstuk van decentrale en centrale organisaties is weer terug op de kaart. Het aloude Japanse principe van de Keiretsu, een gesloten netwerk van organisaties die elkaar door dik en dun steunen, dringt weer door in de Westerse cultuur. Decentrale organisaties, organisaties van kleine bedrijven in een netwerk, het is een ‘nieuwe’ trend. De reden ervoor die ik kan bedenken is de eenvoudigere communicatie middelen en de wijsheid dat kleine organisaties nu eenmaal efficiënter werken dan grote, maar dat grote organisaties nog steeds liever werken met andere grote partijen en je je dus moet verenigen.
Zo ben ik zelf lid geworden van het Marketingfacts Netwerk. Een netwerk van 13 bedrijven die elkaar kennen, vertrouwen en samen met één gezicht naar buiten treden. Onderling wisselen we natuurlijk leads en contacten uit, maar in tegenstelling tot de Keiretsu zijn we niet verplicht naar elkaar te gaan met een opdracht. Dit omdat alle aangesloten leden geloven dat de eigen reputatie voorop staat en soms nu eenmaal andere partijen beter zijn. Het voordeel van deze organisatie is dat alle online marketing onderwerpen vertegenwoordigd zijn, maar er geen overhead is zoals bij een grote organisatie. Het voordeel van een klein en overzichtelijk netwerk is tevens dat men elkaar persoonlijk kent en dus met een goed gevoel een lead kan overdragen. Daarom kent het MFN ook de regel dat 90% van de leden voor moet stemmen bij toetreding van een nieuw lid.
Dit in tegenstelling tot een vandaag gelanceerd netwerk genaamd Freep. Freep is enkel digitaal, waarbij het exclusiviteitsbeginsel zeer tweeledig overkomt. Aan de ene kant is het netwerk enkel beschikbaar voor leden die uitgenodigd zijn door andere leden. Een leuk exclusiviteitsbeginsel (toch kan je je wel aanmelden via de site, wat een aparte gewaarwording is natuurlijk). Aan de andere kant krijgt de persoon die jouw aanbrengt 5% van de eerste drie maanden per opdracht, wat een ‘aanbrenger’ dus een financieel belang geeft bij het aanbrengen van zoveel mogelijk mensen. Een beetje een killer voor het streven naar kwaliteit lijkt me.
Leuk aan freep is dat de site zelf er niets aan wil verdienen, want er gaat geen deel van de fee naar Freep zelf. Toch zitten er een aantal grote nadelen aan. Zelf zal ik nooit een prospect Freep ‘ingooien’ omdat ik geen idee heb van de kwaliteit van de andere mensen in het netwerk. Immers, ik ken ze niet en zet daarmee mijn reputatie op het spel. De vraag is dus hoeveel opdrachten een dergelijk netwerk in komen. Want in tegenstelling tot b.v. de Freelance firm is bij Freep niemand verantwoordelijk voor de sales, zo lijkt het.
Een aantal redenen waarom ik me als freelancer nooit zou inschrijven bij Freep staan ook in de algemene voorwaarden. Allen hebben te maken met de betaling(svoorwaarden). Indien de opdracht toch niet doorgaat nadat je wel eerst overeenstemming hebt bereikt, ben je toch een bemiddelingsfee schuldig. Daarnaast moet je elke fee nog eens voorfinancieren ook (want je betalingstermijn is 14 dagen na factuurdatum, niet na ontvangst van de betaling). En ten derde gaat men uit in de facturatie van minimaal 150 uur in 3 maanden. Als je als freelancer dus andere producten aanbied dan je eigen uren of minder uren werkt (kleine klussen) pas je niet in het model.
Neem dan de Freelance Firm die al enige tijd bestaat, die weer banden heeft met de vereniging Freelance Fridays, waar ik ook lid van ben. De Freelance Firm kent weer een veel hierarchischere organisatie, waarbij de sales ook centraal wordt geregeld, waardoor het ‘iets minder’ een starfish model is. De kwaliteit moet in dit netwerk hoog zijn, aangezien de oprichter van de organisatie zelf zijn reputatie op het spel zet bij slechte kwaliteit.
Zo zijn er dus veel mogelijkheden met betrekking tot netwerkorganisaties, en ongetwijfeld zijn er nog veel meer mogelijk. Organisatiestructuren kunnen erg verschillen, waarbij ik persoonlijk niet geloof in enkel online netwerken, er moet namelijk een interpersoonlijke klik zijn. Tevens zou, in mijn optiek, een netwerkorganisatie klein en besloten moeten zijn om de kwaliteit te blijven waarborgen. De online component biedt in deze gemak van communicatie, mogelijkheden tot exposure en nog meer voordelen, en is waarschijnlijk de katalysator van de wederopstanding van dit principe, maar mag volgens mij nooit leidend zijn.
Geen gerelateerde artikelen.


Ook An de Jonghe vraagt zich in dit artikel af waarom deze oude wijn in nieuwe zakken toch steeds zo ‘vernieuwend’ gepreseteerd wordt.