Gebuisd! Harde cijfers over het effect van formeel leren

22 Apr
2007

Acht jaar geleden ontstond het begrip e-learning. Iemand moet dat vanachter zijn bureau verwekt hebben: ene Jay Cross. Hij is CEO van Internet Time Group en filosofeert graag over wat leren is en hoe u dat in de komende jaren zult voelen. Geef toe, met e-learning is een mooie gooi gedaan naar de roem, maar dat hebben we nu wel gehad. Op naar beter en slimmer. Want dat leren, of je het nu afleren, training of ontwikkeling noemt, zich steeds weer zal moeten bewijzen is een duidelijke zaak.

Cross heeft net een belangrijk boek geschreven, Informal Learning, en publiceert zijn bedenkingen in lezingen her en der. Ik vind zijn berekeningen over het effect op prestaties van training zoals we die in onze bedrijven tegenkomen, aan de erg verhelderende kant.

Elke discipline heeft zo van die onuitgesproken, sluimerende, heimelijk aanvaarde grote waarheden. Iedereen weet het maar niemand komt ermee naar boven, kwestie van niet halfzacht of vreemd over te komen. In ons vak spreek je best niet te veel over het echte nut, de opbrengst, de winst van opleidingen. Er worden veel debatten over gehouden maar telkens merk je dat stevige uitspraken zelden gedaan worden en dat de paar moedigen die durven betwijfelen dat er een fikse opbrengst is, met gedempt en fijn stemmetje iets twijfelachtigs prevelen.

Jay Cross is veel meer rechttoe rechtaan. De opbrengst berekent hij op ‘onder de 1%’. Verwaarloosbaar dus. ‘Doe dus niets en je hebt een gelijk effect’, zou je kunnen denken. Dat is natuurlijk niet zo. Het signaal geven dat het bedrijf een bepaalde vaardigheid belangrijk vindt door er iets over te organiseren is moeilijk in een cijfercorset te distilleren.

Cross heeft als uitgangspunt dat de verhouding tussen formeel leren en informeel leren 20% – 80% is. Formeel leren heeft te maken met een georganiseerde leerstructuur (een training, een certificaat dat verdiend kan worden, aanwezigheid die gemeten kan worden, etc). Informeel leren doe je van een collega, een peter, mentor, een artikel, een gesprek bij de koffie, een toneelstuk. Ik denk dat die procentuele verhouding fair is. Je leert meer van het ongeorganiseerde gegons om je heen. Leren door osmose is belangrijk.

Als je de kostenplaatjes bekijkt krijg je net het tegenovergestelde beeld: 80% van het budget gaat naar het formele leren, informeel leren kost 20%.

Tweede vaststelling: 80 tot 90% van de uitgaven voor (formele) training resulteren niet in enige transfer naar de job. Anders gezegd: we besteden veel geld aan de verkeerde dingen die maar een transfer van ongeveer 20% genereren.

Derde thesis, gebaseerd op onderzoek: vaardigheden en kennis, de typische gebieden waarop we bij personen inwerken om gedragsveranderingen te bereiken, maken 10.5% uit van de impactfactoren. Beeldend vertaald: ons wapen is maar één van de wapens, en het weegt niet zo zwaar.

De redenering is dus: het effect van formeel leren is te schatten op 10% van 20% van 20%. En da’s niet veel.

We vallen niet over een procentje meer of minder, maar de boodschap is eigenlijk ontstellend:
1. we spannen ons wel in maar betokkelen de verkeerde toetsen. We denken teveel dat je leert als je in een lokaal een trainer en collega’s samenharkt en hen hun ding laat doen. Neen dus, hoe goedbedoeld ook. Na 1 dag is de helft van de kennis verdwenen, na 1 maand rest er haast niets van
2. informeel leren (of noem het collegiale consultatie of het betrekken van niet klassieke methodes) wordt nauwelijks gebruikt
3. we staan toe dat zoveel energie grondig en snel evaporeert. Niet verwonderlijk: we verwachten zelfs niets terug als tegenprestatie.

Misschien vindt u het verhaal en de redenering wat aan de straffe kant (een andere denkschool zal de resultaten nog optimistisch vinden). Dan nog is de transfersituatie belachelijk laag. Niet verwonderlijk dat allerlei Boards niet onder de indruk zijn en zuchtend fronsen als we trainingen gaan organiseren.

Ik denk dat we met opleidingen veel strikter mogen worden: voor wat hoort wat en dat we dringend het informele leren zijn verdiende plaats moeten geven: die van de 80%.

  • Auteur: Marc Vermeulen (Artikelen|Website)
    In: Algemeen
blog comments powered by Disqus

Werving en Recruitment is Digg proof thanks to caching by WP Super Cache